Hoe doen ze dat? (1): Vervoer

24 January 2010
Zuid-Afrika is een derdewereldland. Een flink gedeelte van de inwoners verdient omgerekend minder dan vijftig euro per maand. Hoe besteden ze hun geld? Oftewel: hoe doen ze dat?

Een uitgebreid openbaar vervoersnetwerk kent Zuid-Afrika niet. De meeste armere mensen hebben geen auto. Fietsen is vaak levensgevaarlijk omdat de wegen daar niet op zijn ingericht. Veel Zuid-Afrikanen zijn daardoor aangewezen op taxibusjes. Dat zijn achtpersoonsbusjes waar met een beetje propwerk zo’n zestien personen in passen. Deze busjes hebben geen vaste dienstregeling maar vertrekken simpelweg als ze vol zijn. Doordat ze er zo veel mensen in passen, zijn ze relatief goedkoop per persoon. Een enkeltje universiteit – Vanderbijlpark (een kleine tien minuten) kost 5 Rand, iets minder dan 50 eurocent. Naar Johannesburg (tachtig kilometer) ben je 25 Rand kwijt, nog geen 2,5 Euro. Dat lijkt extreem weinig, maar de taxibestuurders verdienen er een goede boterham aan. Stel dat een taxibusje één keer per anderhalf uur van/naar Johannesburg rijdt (inclusief wachttijd tussendoor). Per rit levert dat zo’n veertig euro op. Daar gaat dan natuurlijk nog benzine, onderhoud en afschrijving van het busje vanaf, maar uiteindelijk blijft er een mooi uurloon over voor de chauffeur. Helaas hebben veel van die bestuurders lak aan verkeersregels en zijn hun rijkunsten niet altijd om over naar huis te schrijven. Extreem veilig is deze vorm van vervoer dus niet, maar voor Zuid-Afrikanen is het de enige optie. Er zijn ook ‘normale’ taxi’s met een meter, maar die zijn veel duurder.

Een alternatief, althans rondom en in Johannesburg, is de zogenoemde Metrorail. Deze naar verluid oude, vieze en onveilige treinen zijn nog goedkoper. Een enkeltje van Vereeniging, het dichtstbijzijnde station, naar Johannesburg kost 8 Rand, bijna tachtig eurocent. Overigens worden er, met het oog op het WK, wel openbaar vervoersnetwerken aangelegd in de grote steden. Iets waar de bestuurders van taxibusjes dan weer niet blij mee zijn.

Kan het WK een land veranderen?

12 December 2009
“Zie je die grote lantaarnpaal? Dat is het enige elektrische lichtpunt in de wijk. Af en toe is hij stuk en dan duurt het maanden voordat ze hem komen repareren. En plannen om onze huizen aan te sluiten op elektriciteit zijn er helemaal niet. Dat is ingewikkeld zeggen ze, kost veel tijd en geld. Maar waarom lukt het ze dan wel om hier een paar kilometer vandaan in een paar jaar tijd een hypermodern stadion te bouwen, Soccer City, een van de grootste stadions ter wereld, voorzien van de modernste technologie en een ring van tientallen lichtmasten?”
(‘Cliff’ in het boek De droom van Zuid-Afrika van Floor Milikowski & Evelien Hoekstra)

Volgens de Zuid-Afrikaanse regering zou het WK voetbal in 2010 een toernooi moeten worden voor alle Afrikanen, blank en zwart. Maar nieuwe stadions, zoals Green Point in Kaapstad, worden gebouwd in blanke villawijken. Alleen al het vervoer daarnaartoe is voor de arme zwarte voetballiefhebbers onbetaalbaar. Het WK zou het land een financiële impuls moeten geven. Maar terwijl er flink geïnvesteerd wordt in prestigeprojecten rondom het voetbaltoernooi, zijn er grote tekorten en bezuinigingen in de gezondheidszorg.

De grote bazen van de FIFA en het organisatiecomité scheppen enorme verwachtingen, maar zijn die terecht? Wat merkt de ‘gewone’ Zuid-Afrikaan van het WK? Kan het WK een land veranderen? Dat zijn vragen waarop ik de komende tijd een antwoord wil proberen te vinden. Eerst vanuit Nederland en uiteindelijk ook vanuit Zuid-Afrika.